Viertandmos

Een echt bosmos van arme zandgronden in de kijker vandaag.

Viertandmos (Tetraphis pellucida) - Schilde 11/03/2010

De plantjes van het Viertandmos (Tetraphis pellucida) worden gemiddeld 1 cm hoog.  Het groeit meestal in kleine kussentjes die felgroen gekleurd zijn.  De onderste blaadjes zijn eerder klein en schubvormig, maar worden groter naarmate ze hoger op de stengel geplaatst zijn en zien er dan eirond uit met een toegespitst bladtopje.  Het mos komt bijna uitsluitend voor op dood hout en oude boomstronken.

Zijn Nederlandse naam ontleent het aan de vier tanden die op de kapselmond zichtbaar worden als het kapsel openspringt.  Naast de verspreiding door sporen (gevormd in de sporenkapsels) rekent het mos op zijn kenmerkende broedkorrels om nieuwe groeiplaatsen te koloniseren.

Viertandmos (Tetraphis pellucida) - Schilde 11/03/2010

Broedkorreltjes kwamen we reeds tegen bij het Gewoon knopjesmos.  Daar stonden ze als een klein bolletje op de top van de stengel geplaatst.  Bij het Viertandmos zitten de broedkorrels in zogenaamde broedbekers: een rozetje van drie tot vier eironde bladeren bovenaan de stengeltop.  Wanneer een waterdruppel in het broedbekertje valt, worden de broedkorrels weggeslingerd en kunnen ze elk uitgroeien tot een nieuw mosplantje.  Een vergelijkbaar systeem dus zoals bij het Parapluutjesmos, alleen worden de broedbekers daar gevormd door het thallus zelf, terwijl het hier de bovenste blaadjes van de mosplant zelf zijn die de broedbekers vormen.   Het massaal voorkomen van deze broekbekertjes is zo kenmerkend voor dit mos, dat het nauwelijks met een ander mos te verwarren is.

Viertandmos (Tetraphis pellucida) - Schilde 11/03/2010

Wat opvalt is dat in sommige populaties van het mos (voornamelijk in vochtige bossen) er opmerkelijk veel sporenkapsels worden geproduceerd, en nauwelijks broekbekers, terwijl in andere populaties dit fenomeen gewoon omgekeerd is.  Vanwaar dat verschil ?

Dood hout is een eerder instabiel en kort-levend substraat.  Er kunnen bijvoorbeeld eenvoudig kleine stukjes afbreken zodat nieuwe “kale” stukjes hout te voorschijn komen.  Het Viertandmos is een zeer succesvolle en snelle kolonisator van zulke nieuw ontstane plekjes door zijn dubbele verspreidings-“strategie”.

Wanneer de dichtheid van het mos eerder laag is, is de kans groot dat er redelijk wat beschikbaar hout voorhanden is in de onmiddellijke nabijheid van de mosplantjes.  In die omstandigheden is een verspreiding over korte afstand door middel van vegetatieve broedkorrels een mogelijkheid om snel het beschikbare gebied in te nemen.  Voor het aanmaken van de broedkorrels is immers slechts 1 mosplantje nodig (het is vegetatieve vermenigvuldiging – er komen dus geen mannelijke en vrouwelijke delen aan te pas) en het gaat ook veel sneller dan het aanmaken van de sporen (maar het gewicht van de broedkorrels is dan weer te hoog voor een verre verspreiding).

Eens een populatie voldoende dichtheid heeft en de kans dus kleiner wordt op een beschikbaar plekje, is het een betere strategie om via de lichte sporen een grotere afstand te overbruggen om nieuwe plekken te koloniseren.  Een grotere dichtheid is voor sporenvorming eerder een noodzaak – het is immers een vorm van seksuele voortplanting en verondersteld dus dat de mannelijke zaadcellen (antheridiën) en vrouwelijke eicellen (archegoniën) bij mekaar komen…  Het spreekt voor zich dat hoe dichter de mosplantjes bij mekaar staan, hoe gemakkelijker kruisbevruchting zal lukken…

Laboratoriumexperimenten in combinatie met veldwaarnemingen hebben aangetoond dat sporen gevonden worden tot ongeveer 50 cm van de originele plant (met uitschieters tot 2 m), terwijl de broedkorrels een verspreidingsgebied hebben van maximaal 10 cm. (tenzij ze natuurlijk door regendruppels verder een helling worden weggewassen of verplaatst door een passerend dier).  Aan de andere kant is het succes van een spore slechts 1/800.000, terwijl dat bij een broedkorrel 1/10 is !   Omdat in een doorsnee bos de omgevallen boomstronken of dode houtstukken meestal meer dan 10 cm van mekaar verwijderd liggen, blijft sporenvorming toch nog een belangrijke rol spelen in de verspreiding.

Wonderlijk toch hoe een zo “onooglijk” mosje twee verschillende “strategieën” kan gebruiken in verschillende omstandigheden …

Viertandmos (Tetraphis pellucida) - Schilde 11/03/2010

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: